Wat maakt dat leraren blijven, of vertrekken?

Docent zijn is een vak waarin je veel samen doet, maar waarin je je tegelijkertijd regelmatig alleen verantwoordelijk voelt. Je werkt in een team, hebt collega’s om mee te sparren en wordt omringd door leerlingen. Maar zodra de deur van het klaslokaal dichtgaat, sta jij daar: met zo’n 22 leerlingen voor je, ieder met hun eigen behoeften, vragen en dynamiek. Op dat moment wordt er van jou verwacht dat je handelt.

Maar wat gebeurt er als de deur weer opengaat? Welke factoren binnen de school en het team spelen een rol in de keuze van leraren om in het onderwijs te blijven of het juist te verlaten?

Juist die vraag staat centraal in het promotieonderzoek van Neline de Jong-Kroon. Eerder onderzoek naar het ontstaan van het lerarentekort richtte zich onder andere op factoren op macro- en microniveau, zoals financiële omstandigheden en persoonlijke kenmerken.

Dit onderzoek kijkt juist naar het mesoniveau: de school en de directe werkomgeving van de leraar. Welke factoren binnen een school kunnen bijdragen aan het vertrek van leraren? En, minstens zo belangrijk: op welke factoren kunnen scholen zelf invloed uitoefenen? 

We nemen je graag mee in wat inzichten vanuit dit onderzoek. Wat speelt er achter die klasdeur? En waar liggen mogelijkheden om als school, team en onderwijsregio verschil te maken?

Wat geeft energie?

Werken in het onderwijs vraagt veel. Je geeft niet alleen je tijd en kennis, maar brengt ook een stukje van jezelf mee. Je voegt iets persoonlijks toe aan je lessen en aan de ontwikkeling van leerlingen. Juist het contact met leerlingen en het gevoel dat je iets kunt betekenen, geeft veel leraren energie. Maar hoe kan het dan dat leraren toch het onderwijs verlaten of overstappen naar een andere school?

Om deze vraag te onderzoeken, startte Neline met een literatuurstudie. Vanuit bestaande onderzoeken werden verschillende factoren geïdentificeerd die mogelijk van invloed zijn op het blijven of vertrekken van leraren. Deze factoren zijn vervolgens door leraren in heel Nederland beoordeeld via een vragenlijst.

Onder andere leiderschap, professionele ontwikkeling, relaties met leerlingen, collega’s en ouders, de werkomgeving en autonomie kwamen aan bod. Zo ontstond een concreet beeld van de factoren binnen de school die van invloed kunnen zijn op het werkplezier en het behoud van leraren.

De factoren die tellen

De manier van leiding geven heeft hier veel invloed op. Maar daartussen zit een stuk van beleving. Elke docent waardeert een andere manier van leiding geven, hierin is dus geen goed of fout, maar de perceptie hierin maakt een groot verschil. De kwaliteit van de relatie met de school komt hierin naar voren en dat maakt de persoonlijke factor belangrijk. 

“Twee jaar later nam ik opnieuw contact op met de leraren die toen op het punt stonden het onderwijs te verlaten. Tot mijn verrassing zat het merendeel nog steeds in het onderwijs en opvallend genoeg: met plezier.”

- Neline

De factoren op schoolniveau hadden bij hen gezorgd voor nieuwe energie. Ze hadden goede gesprekken gevoerd, betekenisvolle taken gekregen of waren gaan samenwerken met collega’s. Hierin komen duidelijk weer de drie kernwoorden uit het onderzoek naar voren: leiding geven, betekenisvol werk en samenwerking.

Jouw rol als leidinggevende

Als leidinggevende heb je veel op je bord en is je agenda vaak goed gevuld. Juist daarom is het goed om te beseffen dat het verschil vaak in de kleine dingen zit. Door te zien wat er speelt, op te merken wat iemand nodig heeft en daar bewust aandacht aan te geven.

Vraag docenten wat hen energie kost en of ze over een jaar nog in het onderwijs werken. Dat kan spannend zijn, maar juist daar begint het gesprek over wat nodig is. Loop na een moeilijke les even langs en vraag hoe het ging. Zo’n klein moment van aandacht kan voor een docent een groot verschil maken.

Jouw rol als docent

Als docent sta je in de klas vaak alleen voor de keuzes die gemaakt moeten worden. Maar wat gebeurt er als de deur weer opengaat? Het kan kwetsbaar voelen om te delen waar je tegenaan loopt. Wanneer dit onbesproken blijft, kan het voelen alsof het aan jezelf ligt en kunnen belangrijke thema’s blijven liggen.

Tegelijkertijd voel je zelf wanneer iets energie kost of niet goed voelt. Door dit te bespreken met je leidinggevende, ontstaat ruimte voor een open gesprek. Zo kunnen inzichten ontstaan en samen concrete stappen worden gezet.

Van inzicht naar gesprek

De resultaten van het onderzoek laten zien hoe belangrijk het is om met elkaar in gesprek te blijven over wat leraren nodig hebben om met plezier in het onderwijs te werken. Niet alleen of je het gesprek voert, maar ook welke thema’s je bespreekt, maakt verschil.

Wil je zelf ervaren wat bepaalde keuzes kunnen betekenen? In haar fictieboek vertaalt Neline de resultaten van haar wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk. Je wordt meegenomen in een verhaal binnen een school waarin je zelf keuzes maakt. Elke keuze heeft invloed op het vervolg van het verdere verhaal en laat zo op een toegankelijke manier zien welke impact bepaalde keuzes maken.

Een mooie manier om het onderzoek niet alleen te lezen, maar ook te ervaren en het kan je verder helpen op de werkvloer.

Zet het op de agenda

Behoud van leraren begint bij aandacht. Zet dit thema daarom bewust op de agenda en maak er ruimte voor. Door te kiezen voor je personeel, kies je soms ook bewust om andere zaken even te laten wachten. Die keuze kan ervoor zorgen dat leraren behouden blijven en met energie en plezier hun werk kunnen blijven doen. Benieuwd naar de inzichten uit het proefschrift? Lees de twee artikelen en ontdek wat het onderzoek ons leert over het behouden van leraren.

Als Onderwijsregio willen we deze inzichten graag met elkaar delen en het gesprek hierover op gang brengen. Want het behouden van leraren doen we niet alleen. Samen kunnen we werken aan scholen waar leraren met energie en plezier hun vak kunnen blijven uitoefenen.